Gershwinprelude

Gershwinprelude

Omdat het steeds harder ging regenen was ik het antiquariaat ingevlucht. Overal muziekboeken: dubbele rijen op de planken, verzamelbundels in gekleurde kratten op de toonbank, Taschenpartitüre in een rekje ernaast en op een lessenaar stond een Facsimile-uitgave van een Bachkantate.
‘Goedemiddag,’ klonk een vriendelijke stem. Vanachter een stellage gevuld met minstens drie Gottmer Componistenreeksen kwam een grijze heer tevoorschijn.
‘Dag meneer,’ ik zette mijn natte tas op de grond, ‘leuk winkeltje heeft u, mag ik even rondkijken?’
‘Natuurlijk, ga je gang. Ben je op zoek naar iets speciaals?’
‘Heeft u pianomuziek?’
Hij knikte en wees op de rode krat links op de toonbank, ‘en hier heb ik een doos, die is net binnengekomen, komt uit de inboedel van een overleden pianist.’
Bij het pakken van de doos viel een stapeltje goudgele Eulenburg zakpartituurtjes op de grond. Hij raapte ze op en legde ze achter zich op een zwarte cassette waarin The New Grove Dictionary of Music and Musicians zat.
Ik snuffelde in de doos, uitgaves van Donemus, grafische partituren Edition Schott en veel Poolse en Russische boeken.
‘Het meeste ken ik niet,’ constateerde ik spijtig.
‘Beneden, als je de trap af gaat aan de linkerkant, is nog meer.’
Voorzichtig liep ik het smalle krakende trapje af dat leidde naar een klein keldertje. De kasten stonden vol met kratten waarop witte vellen papier waren geplakt met de letters van het alfabet erop. De B was rijkelijk vertegenwoordigd: drie kratten met Beethoven, Brahms en Bach.
Op een klein tafeltje in het midden was een krat bovenop een andere blijven staan. Mijn oog viel op een Gershwin-album en ik begon er in te bladeren. Bewerkingen van songs als Lady be Good, I got Rhythm, en de Rhapsody in Blue. Aan het eind stonden drie preludes. Maar het was een prijzig dik boek en ik ging met lege handen weer naar boven.
De winkeleigenaar was bezig een stapel koorstukken uit te zoeken.
‘Speel je piano?’, vroeg hij.
‘Ja.’
‘Al lang?’, hij was echt geïnteresseerd.
‘Ik zit op het Conservatorium. In het eerste jaar.’
‘Oh, wat leuk.’ Hij gebaarde naar een bananendoos in de hoek en zei: ‘Misschien zit daar iets voor je bij.’
Het waren mooie uitgaves: Henle Mozartsonates met een harde kaft, twee bundels Scarlatti van Ricordi Edizioni en de Children’s Corner van Debussy in een luxe Franse druk met tekeningen van de componist. Helemaal aan het eind zat een vaalrose kaft die verdwaald was tussen een paar Schubertbundels. Gershwin, preludes for piano, zag ik erop staan en ik trok hem tussen de Wandererfantasie vandaan. Leeg, jammer. Maar toen ik hem terug wilde zetten zag ik onderin wat muziekvellen die als een trekharmonica in elkaar waren gedrukt. Het binnenwerk. Ik viste de verfomfaaide vellen eruit.
Wijzend naar het Muzieklexicon van Theo Willemze, opperde ik: ‘Misschien moet u er iets zwaars opzetten.’
De man pakte de papierpulp van me aan: ‘Ach meisje, da’s de dood in de pot.’
Hij hield het smoezelige schriftuurtje in de lucht alsof het een dooie muis was en zei toen: ‘Hier, neem maar mee, breng jij het maar tot leven.’

Tooske Hinloopen – April 2016

Dit bericht is geplaatst in Musicolumn. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *